Wat verwacht meneer Baldewsingh eingelijk van ons?


Twee weken geleden ontving ik een e-mail met als subject ‘Marokkanen integreren beter dan de Hindoestanen??’. Eerst in de veronderstelling dat het een flauw doorstuurmop of een pornografisch getint fotootje betrof, besefte ik al lezend dat het om een serieus stuk ging in de vorm van een interview. De geïnterviewde zelf was de heer Rabin Baldewsingh, actief Haags (stadsdeel)wethouder. Zijn bekende stokpaardjes uit een eerder interview waren wederom vertegenwoordigd in dit nieuwe stuk: een toenemend materialisme onder Hindoestanen, passiviteit met betrekking tot het maatschappelijke debat en natuurlijk de beruchte ‘3 D’s’.

 

Met name over dat laatste leek verdacht veel op een passage uit een ander gepubliceerd interview van een aantal jaar geleden, waardoor ik toch maar navraag ben gaan doen over de bron van dit ‘nieuwe’ interview. De bevallige afzender van de e-mail vertelde mij vervolgens dat zij het via-via ontvangen had, en dat dit inderdaad een oud interview uit 2002 betrof. Destijds werd dit in Trouw gepubliceerd (‘Allochtonen moeten zich in maatschappelijk debat storten’) en kwam dit binnen de Hindoestaanse gemeenschap onder de aandacht als het interview van de 3D’s: drank, dans en doksa – waarmee meneer Baldewsingh de cultuur van de huidige (Nederlandse) Hindoestanen samenvatte. Iemand schijnt pas geleden dit toch geruchtmakende interview opnieuw in de running te hebben gebracht om meneer Baldewsingh zwart te maken. Terecht vroeg dezelfde bevallige afzender zich af in hoeverre men kan spreken van zwart maken in deze, als het gaat om een waarheidsgetrouwe weergave van het interview? Het zijn toch de eigen woorden en het eigen gedachtegoed van meneer Baldewsingh die in het stuk vertegenwoordigd zijn?

Hoewel het nu allemaal als mosterd na de maaltijd aandoet, wil ik toch even van de gelegenheid gebruik maken om vijf jaar na dato toch te reageren op het interview; het is immers in zekere zin toch weer actueel. Inhoudelijk zijn een aantal van zijn kritiekpunten jegens de Hindoestaanse gemeenschap in Nederland terecht. Natuurlijk zijn er vreselijke pandits en natuurlijk zou er meer ruimte gemaakt moeten worden voor een meer liberale religieuze stroom. Natuurlijk is homoseksualiteit nog altijd een taboe en zijn er zat Hindoestanen die denken dat het om een ziekte gaat. Natuurlijk zijn er relatief veel pogingen tot zelfdoding en jonge huwelijken. En natuurlijk stelt het jaarlijkse Milanfestival weinig voor (zie ‘Boycot op Milan Zuiderpark’).

Maar daartegenover is het natuurlijk kolder om de mate van integratie van een etnische minderheidsgroep af te meten aan het aantal cabaretiers, schrijvers en voetballers dat zo’n gemeenschap telt. Dat er meer Marokkaanse artiesten en sporters zijn dan Hindoestaanse lijkt me ook niet verwonderlijk als er ook twee tot drie keer zo veel Marokkanen in Nederland wonen. Daarnaast spelen de totaal verschillende sociaal-economische achtergronden hierbij ook een belangrijke rol. Het gaat mij ook te ver om Hindoestanen als leeghoofdige materialisten af te schilderen louter omdat zij een (maatschappelijke) carrière of het ondernemerschap verkiezen boven een onzeker artistiek of sportief vak. Het is toch juist ook te prijzen dat er veel belang wordt gehecht aan educatie en de zelfstandigheid die men zich daarmee kan verwerven? En dan die vermeende kopiecultuur die wij hier met zijn allen nastreven. Is dat niet iets te overdreven? Waarom wordt een Afrikaan vrolijk trommelend op zijn tamtam als authentiek gezien, terwijl klassieke Indiase dans of moderne Bollywoodmuziek als geestdodend ervaren wordt?

Zoals ik al eens eerder betoogd heb (zie ‘Het grote mysterie rondom de onzichtbare Hindoestaan’) zijn wij Nederlandse Hindoestanen, afstammelingen van agrariërs uit India, het verleerd om bepaalde risico’s te nemen. Wij gaan liever voor zekerheid, voor ‘roti kapra aur makaan’. En natuurlijk zijn er mensen die hierin doorslaan en inderdaad gaan voor een tweede auto, derde dvd-speler en vierde televisietoestel, maar er zijn er ook genoeg bij die daar allemaal doorheen prikken. Steeds meer jongeren, althans in mijn omgeving, lijken zich meer met het geloof bezig te houden. Loop de diverse internetfora maar eens langs, informeer bij mandhirs of buurtverenigingen naar de aanmeldingen voor yoga of Bhagavad Gita lessen. Ze raken steeds meer geïnteresseerd in spiritualiteit en zijn op zoek naar een balans in het leven. Dat laatste is overigens een wezenlijk onderdeel van onze cultuur: leven in harmonie met jezelf en met je omgeving. Gun ons nog even de tijd, meneer Baldewsingh, en laat ons een weg vinden tussen twee culturen. En dan is het nog maar een kwestie van tijd voordat er meerdere Narsingh Balwantsinghs, Prem Radhakishuns, Anil Ramdassen en vooruit dan maar …; Rabin Baldewsinghs opstaan.

De werkelijkheid is dus wat genuanceerder ten opzichte van wat in het interview gesuggereerd wordt, maar dat beseft meneer Baldewsingh ook wel mag ik aannemen. Provocatie, discussie uitlokken of zo je wilt prikkelen is wat hij mijns inziens duidelijk voor ogen had met het bewuste interview. Ik kan me ook niet voorstellen dat naar aanleiding hiervan de (negatieve) reacties zijn uitgebleven of nu opnieuw oplaaien. En in dat geval heeft hij zijn doel bereikt. Desondanks vind ik het uiterst merkwaardig dat hij, nota bene raadslid en wethouder dankzij een trouwe Hindoestaanse(!) achterban, zich zo ongenuanceerd uitgelaten heeft in 2002. Laten we het erop houden dat het toen, het (post-)Fortuyntijdperk, roerige tijden waren in de politiek. Alles kon en moest opeens gezegd worden onder het mom van vrijheid van meningsuiting.

Wellicht dat hij zijn mening in de loop der jaren bijgesteld heeft, want juist in deze dagen wordt het weer tijd voor een genuanceerde beschouwing van zaken. Meneer Baldewsingh zou er beter aan doen om al zijn ongetwijfeld goedbedoelde kritiek meer van een opbouwend ondertoon te voorzien in plaats van zijn electoraat een trap na te geven. Dankbaarheid is een deugd die een goede Hindoestaan toch hoog in zijn vaandel moet hebben staan? Over cultuur gesproken: een goed voorbeeld doet volgen.

Mr Big

Lees ook:
Het grote mysterie rondom de onzichtbare Hindoestaan’
Boycot op Milan Zuiderpark

Foto: www.dehaagseontmoeting.nl

Reacties
  1. Reply
    een gast
    juni 26, 2007 om 5:14 pm

    [b]Surinamers in de Nederlandse politiek
    [/b]

    Onlangs was er op het recentelijk gehouden kwakoefestival te Amsterdam een enorme heisa ontstaan over de kwestie dat Surinaamse politici ten opzichte van hun Marokkaanse collega’s, volstrekt niets zouden doen voor hun achterban. Ze zouden zich meer bezig houden met het “spele van de goewweldige man ” dan de handen, waar van nature de vertragende RSI zich in vertakt heeft, uit de mouwen te steken.

    De eerste Surinaamse politicus die voet in het Nederlandse parlement zette, was een heer van Hindostaanse afkomst die zijn wethouderschap binnen de gemeente Den Haag mocht verruilen voor een lidmaatschap in de Tweede Kamer. Hierna leek het even alsof het hek van de dam was en volgden er mondjesmaat meerdere.

    Deze persoon, met een kop gelijk de kont van een Sumoworstelaar, echter bezien vanaf het moment dat de worstelaar langzaam door z’n knieën zakt om een gevechtsstand aan te nemen, was in de Tweede Kamer letterlijk aanwezig met z’n onverloochenbare omvangrijkheid terwijl hij zich figuurlijk uitsluitend bediende van achterhaalde actieplannen, die zonodig indruk moesten maken op de door hem besodemieterde kiezers. Een Hindostaanse politica die jaren later via de partij Groenlinks de Tweede Kamer binnendrong, deze behangen met opvallende borsten alsof Surinaamse politici ergens mee begiftigd dienen te zijn, desnoods voor het genot van het oog, had de intelligentie van een gans. Zij had de hele Surinaamse gemeenschap met haar platvloerse, ordinaire louche prakrijken beschaamd en in het hemd gezet.

    ImageHet ontbreekt politici van Surinaamse afkomst in Nederland aan een geestelijk reserve zich dienstbaar te kunnen opstellen tegenover de eigen culturele doelgroep. Je zou misschien redelijkerwijs kunnen verwachten dat de Surinaamse honger bij deze lui gestild, de dorst gelest zal zijn en dat de gekozen politicus zich niet in de eerste plaats bezig zal houden met het opvijzelen van de privé welvaart, vervolgens die van zijn dierbaren en vertrouwden. Niets is minder waar! De praktijk wijst uit dat Surinaamse politici gelijk papieren tijgers, enkel onhoorbaar inwendig kunnen brullen. De enkele Surinaamse politici die ik tot op heden heb mogen ontwaren, huppelen er als werkeloze zakken zout bij zonder zich te storten op de aanpak en verandering van oneffenheden en grilligheden in de samenleving. Zij wachten uitsluitend op de storting van hun salaris en verlangen naar kostbare reizen naar het buitenland en naar vakanties. De bevindingen die ze naar aanleiding van hun buitenland bezoek op schrift stellen voeren je terug naar de oude frobeljaren.

    Je zult je afvragen waar deze politici zich mee zouden moeten bezighouden, desnoods in de vorm van een therapeutisch tijdverdrijf. In de Nederlandse samenleving zijn er verschillende zaken waar Surinamers in de praktijk de dupe van worden. Door de overvloed aan diverse nationaliteiten in Nederland, wordt er over Surinamers bijna heen gewalst. De bevolkingsgroepen met de grootste muil worden het meest voorgetrokken, dit geheel ten koste van Surinamers die in feite zwarte Hollanders zijn. Ten aanzien van de arbeidsmarkt bijvoorbeeld, mogen er positieve acties op touw zijn gezet Surinamers actief te bemiddelen, feit blijft echter dat er over de hoofden van Surinaamse burgers wordt gekoehandeld door zowel Surinaamse flinkertjes, die zichzelf wervers en selecteurs noemen als door lepe Hollanders die het brutale lef hebben zich tegenover de Surinamer als een guru op te werpen. Toen de inburgeringsmanie in Nederland een nationaal gemeengoed in Nederland werd, werden zelfs Surinamers die geboren en getogen zijn in Nederland, opgeroepen voor een cursus Nederlands en Nederlandse maatschappijkennis. Surinaamse politici keken dit werkeloos .toe en staken hun hoofd, waar het zand er toch eenmaal in zit, nog eens in het zand.

    Op het terrein van het eigen ondernemerschap bijvoorbeeld waarbij de aspirant ondernemer uitstekend een ruggesteun van één van de Surinaamse politici zou kunnen gebruiken, wordt betrokkene al gauw geconfronteerd met het gegeven dat deze uit de cocospalm omhoog gevallen politici, zich zeer ongenaakbaar opstellen en buiten bereik blijven. Men laat via diens/dier secretaresse weten dat meneer/mevrouw even is gaan lunchen waarna die gelijk weg moet naar een “hele grote vergadering. Ja Boy”.

  2. Reply
    een gast
    juni 26, 2007 om 11:37 pm

    Yo Gast,
    Zou je nu in normaal Nederlands willen vertellen, wat je eigenlijk bedoelt met de vage lap tekst die je hier hebt neergezet?

  3. Reply
    een gast
    juni 28, 2007 om 10:10 am
    wicky

    Ik heb een onderzoek gedaan voor mijn doctoraalscriptie waarbij ik o.a. kijk welke etnische jongeren (Marokkanen, Turken, Sur. Hind. & Sur. Creolen) kiezen voor integratie:
    Surinaams Hindoestaanse jongeren scoren daarbij als enige significant op integratie! Dus voordat mensen wat gaan brabbelen, laat ze het eerst meten!

  4. Reply
    een gast
    juni 28, 2007 om 10:52 pm
    De karakterloosheid van Baldewsingh

    Wethouder Baldewsingh speelt, zoals Surinamers zeggen, Kwie Kwie.
    Deze figuur heeft zich sinds mensenheugenis bezig gehouden met het
    onderuit halen van personen, die beduidend beter waren dan hij zelf
    en nu hij zich naar de top heeft gehielenlikt, spuugt hij op de massa
    die hij gebruikt heeft voor zijn magistrale nietskunnerij.

    Hindostanen heeft hij gewatermerkt als een DDD-goegemeente.
    Aangezien hij weldegelijk beseft dat hierdoor het draagvlak bij
    deze etnische groep aan het verliezen is, probeert hij nu te pluimstrijken
    met de Marokkanen. That’s it !!

  5. Reply
    een gast
    juli 12, 2007 om 11:16 am

    Laten we niet vergeten dat Baldewsingh ook goede dingen gedaan heeft voor ‘zijn’ gemeenschap in Den Haag: een filmfestival en een Hindoestaans bejaardentehuis.
    Ik denk ook niet dat de schrijver echt voor ogen heeft gehad om Baldewsingh de grond in te trappen. Hij verbaast zich eerder over de kritiek die Baldewsingh uit richting dat groepje mensen die hem een zetel bezorgen. Kritiek is overigens tot daaraan toe, maar ‘je eigen mensen’ letterlijk als leeghoofden en materialisten afschilderen is niet echt het toonbeeld van dankbaarheid. En dus een ietwat curieuze actie.

  6. Reply
    een gast
    augustus 2, 2007 om 10:14 am
    charisma van een deurkruk

    Baldewsing is het prototype koelie die zich inderdaad hielenlikkend heeft opgewerkt en er blijkbaar van geniet zijn achterban de grond in te boren. Als “wethouder” wordt hij regelmatig gesignaleerd op de zgd DDD parties waar hij zich uiteraard tegoed doet hieraan en ons lastig valt met zijn voorgekauwde speeches waar niemand op zit te wachten. Wie hem politiek volgt zal er gauw achterkomen dat hij een nietszeggende portefeuille heeft en tot nu toe weinig heeft gepresteerd. En last but not least weet ik niet wie hem ooit heeft wijsgemaakt dat hij als politicus geschikt is met het charisma van een deurkruk. Hij zal ook niet gauw een discussie durven aangaan met hindoestaanse jongeren die vrij kritisch tegen zijn ideeen/meningen staan. Kortom iemand zonder ruggegraat en een schande dat hij durft te stellen dat hij hindoestanen vertegenwoordigt.

Schrijf een reactie


Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

Login/Register access is temporary disabled