De Taal Der Liefde – Surinamers door de straffe ogen van Sigmund Freud


Sigmund Freud die als wetenschapper geen nadere toelichting behoeft heeft een aantal begrippen bedacht dat in ons huidige spraakgebruik als vanzelfsprekend is opgenomen. Het zijn begrippen als ‘minderwaardigheidsgevoel’, ‘compensatiestreven’, en ‘levensplan’. Alleen bij Surinamers rekt dit rijtje nog verder uit door begrippen als: gek, gefrustreerd, hooghartig, ordinair, vrijpostig etc. Zodra de ene Surinamer zich uit zijn/haar voegen moet rekken om de andere te kunnen volgen, is de desbetreffende persoon gek of gefrustreerd (zie Waterkant.net). Freud stelde dat er twee fundamentele drijfveren aanwezig zijn in de mens die leiden tot geldingsdrang en gemeenschapsstreven. De mens die zich vanwege het mens-zijn in een natuurlijke minderwaardigheidspositie waant ten opzichte van anderen in de samenleving , wil zich ontworstelen uit die straffe houdgreep en ontwikkelt daardoor een geldingsdrang. Deze geldingsdrang is juist het vergif dat voor grote kloven heeft gezorgd in de interactie tussen Surinamers onderling. Surinamers noemen dit zelf een krabbenmentaliteit. Exact bedoelt men ermee dat de ene de andere onderuit haalt om zelf verder door het leven te kunnen als enig bezienswaardig goewweldigheidje . Het is vanzelfsprekend dat er bij deze missie gebruik wordt gemaakt van iedere gelaatstrek die de eigen vermeende suprematie ten opzichte van de andere affirmeert.

De oprispende vraag bij Surinamers : “Fa dat kang “, hetgeen vrij vertaald op “Hoe is dat mogelijk “ , duidt is een subtiele Fatwa ofwel heilige oorlogsverklaring tegen degene waar deze vraagstelling betrekking op heeft. In feite komt het erop neer dat er in Nederland, wat Surinamers betreft, een Centrale Meldpunt Vermeende Verworvenheden ( CMVV) mag komen via welk loket men alles wat men in z’n mars ( maar dan niet in Surinaamse zin ) denkt te hebben, zou moeten doorgeven vanwege de controleerbaar-, verifieerbaar- en herkenbaarheid ervan. Doordat een dergelijke meldpunt er niet is maken Surinamers dankbaar gebruik van ventilatiekanalen als Waterkant.net, Mamjo etc. om de in hun geest als een massief brokstuk hangende obsessie , te doen uitkristalliseren. Men gaat niet uit op onderzoek om bijvoorbeeld te determineren hoe de vork precies in de steel zit maar gaat men blind varen op de eigen intuitie, waarnemingen, vermoedens, etc. Men bedient zich uitsluitend van horen zeggen en het lezen van kladjes om het lijstje van geraadpleegde literatuur te vervolmaken . Tijdens deze heilige oorlogsexpeditie ( Suri .–Fatwa) neemt men iedere gelegenheid te baat om degene tegenover wie men zich ten achtergesteld voelt, de nek om te draaien in het vierde kwadrant. Men schroomt daarbij zelfs niet externe veteranen binnen te halen om het geheiligde doel te bereiken.

Een aanschouwelijk illustratief voorbeeld behelst het magere gilde Surinaamse dichters-en schrijvers in Nederland. De meeste moest het toentertijd (?) doen met uitgaven in eigen beheer en middels het slijten van het eigen werk via colportatie. Er is een voorbeeld bekend van een Surinaamse dichter die ooit alle treintrajecten van Nederland had afgelegd om treinreizigers zijn bundel rijmelarijen aan te smeren. Toen er na deze ijverige dichter een enkeling bij een reguliere uitgeverij belandde, maar dan even niet te spreken over een gerenommeerde literaire uitgeverij, werd het roemruchte Surinaamse “Fa dat Kang “ nucleair geactiveerd. Ter effectuering van het eigen verzet werd in een later stadium een Brabantse Nederlander, Michiel van Kempen genaamd die jaren geleden als grondlegger van de zwevende Surinaamse letteren op Surinaamse bodem neerstreek , bij de armen genomen . In een later stadium zal blijken dat Surinamers die ondanks het feit dat zij zich krachtdadig verzetten tegen de Nederlandse hegemonie, het achteraf toch een goede zaak vonden dat zij een goedgelukte Hollander bij de arm konden nemen om een landgenoot tegenover wie zij zich bij tijd en wijle gekweld ten achtergesteld voelden, geestelijk te laten elimineren.

Van Kempen die gelijk een haai die na het ruiken van bloed desastreus op zwemmers afstevende, verzwolg in Suriname in de draaikolk van populariteit die hij kreeg toebedeeld van het eigen- volk- minachtende Suriname en werd daarbij ook terecht overmand door het idee dat hij , zoals Columbus Amerika ontdekte, op zijn beurt Suriname had herontdekt. Toen hij bij zijn inventarisatie van Surinaamse schrijvers een enkeling tegenkwam die met diens kwaliteiten boven zijn groeihormoon postuur torende, nam hij zich voor deze in naam van protesterende en diep gekwetste Surinaamse schrijvers en dichters zodanig te compromitteren waardoor het erop zou gaan lijken dat alles wat deze persoon geschreven had, niets anders zou voorstellen dan een ordinaire diefstal van andermans werk . Hoewel Van Kempen er zelf in slaagde een proefschrift over de geschiedenis van de Surinaamse literatuur op zijn geweten te dragen waarvan inhoudelijk bezien bijna alles gestolen en geroofd blijkt te zijn uit het slecht beheerde en bewaakte archiefbureau van Suriname (zie artikel James Lallmohammed in Dagblad Suriname, oktober 2003) kladt deze man alle Nederlandse digitale periodieken waarin hij zich gelijk een Sika ( = Truttige Surinaamse zandvlo ) genesteld heeft, vol met perfide verdachtmakingen en beschuldigingen aan het adres van degenen tegenover wie hij zich ten achtergesteld voelt. Hoewel hij Nederlands studeerde ( maar geredeneerd vanuit zijn proletarische taalgebruik kennelijk niet afgestudeerd in de vakgroep Nederlandse taalbeheersing ) lijkt zijn honger naar meer macht en roem ( = geldingsdrang zoals Freud benoemde) niet gestild te zijn ondanks het feit dat hij een leerstoel in de Caribische letteren onder zijn vorstelijke kont kreeg toegeschoven. Van Kempens ‘ proefschrift is niet alleen een bolwerk van ordinaire letterdieverij, het is eveneens gespeend van wetenschappelijkheid. Het ontbreekt er in aan een theoretische beschouwing terwijl de toegepaste onderzoeksmethode zich ver laat zoeken.

Van Kempen is duidelijk besmet geraakt door het gezonde Surinaamse drang tot zelfontplooiing, tot het neurotische verworden tot een goewweldige man. Volgens Freud levert een verkeerd leefklimaat een goede basis voor een scheefgegroeide zelfontplooiing en voor een gesublimeerd zelfvertrouwen. Een verkeerd leefklimaat hoeft per definitie niet te betekenen pestilent maar dat de uitdaging er toe moet blijven gedijen. De persoon moet tot ontdekking van zichzelf komen. Echter, het Surinaamse gemeenschapsgevoel is kennelijk een zeer giftige voedingsbodem voor lui die op weg zijn het eigen gemaltraiteerde IK te willen ontdekken.

Reacties
  1. Reply
    ok
    januari 23, 2011 om 7:19 pm

    over welke suri’s heeft hij jet

    Schrijf een reactie


    Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

    Register New Account
    Wachtwoord opnieuw instellen