De Taal Der Liefde: Nederland in geestelijk opzicht een ontwikkelingsland?


Hoe word je in het leven een man/vrouw met een eclatante staat van dienst achter je? Hoe vaak overkomt het je niet dat een werkende persoon publiekelijk gelauwerd wordt met douceurtjes en faveurtjes vanwege het feit dat betrokkene een aanzienlijke carrière achter zich heeft gelaten en die ter zinvolle besteding van zijn vrije tijd een benoeming krijgt toegeworpen waarmee hij/zij met een riant salaris er helemaal rustig aan kan doen? Goede voorbeelden van zulk een irrationele maatregel zijn ten faveure geweest van lui als Pieter van Vollenhoven (hoogleraar ergens in aan de TU Twente), Frits Bolkensteijn (idem TU Delft) en de gewezen premier Ruud Lubbers (idem KU Brabant). die allen uit hoofde van “aardig-en-ervaren -bevonden-jongens.” een leerstoel als hoogleraar onder hun vermolmde en uitgebluste achterste als dauw kregen. Dat wat zij aan wetenswaardigheid op de universiteiten uitdragen wordt niet eens gecontroleerd en of getoetst aan de hand van vaststaande richtlijnen.

Terwijl in sommige ontwikkelingslanden er honend en smalend wordt gedaan over politieke benoemingen omdat de begunstigde niet over de juiste kwalificaties zou beschikken wordt in Nederland iedere van enige wetenschappelijke gedrevenheid getuigende gelaatsuitdrukking meteen bekroond met een eredoctoraat terwijl normaliter een promovendus haast halfblind wordt van het lezen en bestuderen voordat hij zijn dissertatie aan een promotieteam kan voorleggen. Een aanschouwelijk voorbeeld is de Iraanse vluchteling en schrijver Kader Abdolah. Doordat hij in de asielopvang de bereidheid toonde zich extra te willen inspannen het Nederlands te leren en daarbij alle boeken in de serie Jip en Janneke verslond, werd hij niet eens geëerd met een mega testimonium maar gelijk beladen met de titel: doctorandus in het Nederlands én met een vaste column in de Volkskrant welke ondergetekende ondanks zijn publicitaire achtergrond niet eens ten deel viel. Kader Abdolah ontving onlangs van de universiteit te Groningen ook een eredoctoraat. Met deze details wil ik enkel illustreren dat een gunning in Nederland sterk afhankelijk is van de mate van acceptatie en tolerantie en zeker niet in de eerste plaats van: intelligentie, ontwikkeling, kunde , kennis, vaardigheden etc.

Met het volgen van zoveel mogelijk onderwijs, het creëren van contact netwerken, lobbyen etc. zou alles automatisch op rolletjes moeten terecht komen, zou je willen denken. De vraag die zich onmiddellijk gelijk vuur om je heen slaat is of je al dan niet een onverbiddelijke loser bent indien je, lui achterover gezakt in je stoel weliswaar je studie behaalt maar daarna geheel buiten de belangstelling van de werkgever valt. Kies je voor werk in de productiesector/groenvoorziening/ sanitaire verzorging etc. omdat een normale inspanning tot het vinden van een baan geen succes oplevert dan heb je jezelf ook gelijk gewrongen in een neerwaartse spiraal.

De hamvraag blijft nog steeds aan welke profielen, kenmerken, condities etc. je moet voldoen om de juiste start binnen het juiste bedrijf te kunnen maken. Eén wijsheid biedt sowieso geruststelling en dat is: in Nederland is werken niet zozeer een kwestie van kunnen/willen maar van mogen. Waarom is de ene wel een baan gegund en een andere weer niet terwijl de praktijk uitwijst dat vele werkgevers van hun werknemers, waar zij ooit in een impulsieve bui hun keus op lieten vallen, liever vandaag dan gisteren af zouden willen zijn. Het SCP legde in 2000 deze constatering vast in een rapport. Eigenlijk zou de slogan: de rechter is ook maar een mens, vooral wanneer die een vermeende dader door een bewuste inschattingsfout de bak in stuurt, ook van toepassing moeten zijn op werkgevers. De werkgever als mens kan zich ogenblikkelijk ook erg ten achter gesteld voelen tegenover een sollicitant, die over betere papieren beschikt dan hijzelf tengevolge waarvan hij begint te vrezen dat aanname van deze sollicitant op termijn overname van zijn zaak tot gevolg zou kunnen hebben. Deze koudwatervrees wordt angstvallig nooit benoemd maar gaat men er geroutineerd gewoon van uit dat de sollicitant flink onder handen genomen moet worden opdat het hem/haar wel lukt aan de bak te komen.

Degenen die hier echt beter op worden en bijgevolg onverlet een baan hebben zijn de zogeheten re-integratiebureaus’, hoewel de werkenden aldaar zelf kennisbehoevend zijn maar krachtens de wettelijke normen bevoegd zijn de loser in kwestie maatschappelijk bruikbaar te maken door hem/haar te leren mooie, professionele sollicitatiebrieven te schrijven, tijdens een gesimuleerd sollicitatiegesprek niet rot maar lief uit de doppen te blikken, etc. Indien naderhand blijkt dat het betrokkene na doorlopen van het traject toch niet gelukt is betaald werk te vinden omdat de opgedane kennis en vaardigheden via de re-integratiebureaus’ a-functioneel bleken te zijn, betrokkene geplaatst wordt in een sociale werkplaats voor verstandelijk beperkten omdat de start van die persoon, ook al is die academisch gebrevetteerd, daar is vastgesteld. En dit geheel ten faveure en bescherming van de werkgever die zijn geestelijke achterstand op deze wijze kan blijven maskeren. Wat dit betreft is Nederland in geestelijk opzicht een ontwikkelingsland.

Rabin Gangadin

Reacties

Schrijf een reactie


Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

Login/Register access is temporary disabled