Literaire recensie: Geborgen


Dichterlijke geest van diepe ernst en grote levenswijsheid. De Surinaamse literaire infrastructuur is erg doorkliefd met haar koloniale naweeën die duidelijk merkbaar zijn in poëzie die door dichters uit deze literatuur wordt gesleten. Binnen deze nog onvoldragen literatuur is een nieuw genre, aangeduid met Sarnami literatuur gestaag aan het gedijen. Het Sarnami is een uit de Indiase provincie Bihar verpot dialect in Suriname dat door Surinaamse Hindoestanen in een niet zelden agitatorische klankmassa wordt gesproken. De enkele sarnamidichters die bereid zijn alle fatale drukpunten van deze taal op hun schouders te dragen richten zich op een bijzonder marginale doelgroep, namelijk de Hindoestaanse gemeenschap waarvan de laatste generatie in ieder geval van weinig tot geen raakvlakken meer heeft met deze taal omdat die simpelweg sterk vernederlandst is. Hierdoor zijn de sarnamitalige dichters genoopt hun poëzie in zowel het eigen dialect als in het Nederlands te publiceren. De in Suriname geboren muzikant Raj Mohan ( 1962) heeft vanuit deze strategische insteek een tweetalige dichtbundel onder de titel erfenis te water gelaten waarin hij zijn intense gevoelens t.o.v. zijn sociale en fysische omgeving bezingt.

Eén van zijn gedichten:

erfenis
de schaduw van mijn voorouders
heb ik met zorg verzonken
in het stromende water
Van Banà¡ras
langs een oude badplaats
in de schoot van Moeder Ganges

slijk van Suriname
vastgekleefd aan mijn voetzolen
laat nog steeds sporen achter
op de glanzende straattegels
van Holland

bij elke stap ( blz. 51)

Dit gedicht kenmerkt hier een dichter die niet spreekt van een gedwongen overgave maar van een geborgen zijn binnen veilige haven. Hij kent het leven, kent ook de mens, want hij heeft een fijne psychologische kijk die hem door menige oppervlakte, door menig masker heen doet zien. Hij vereert niet gauw en veracht ook niet gauw; wel verstaat hij snel en vergeeft daarom- ook zichzelf, nu en dan met een blik van weemoed omdat in het leven alles betrekkelijk is, en het toch eindelijk op sterven uitloopt. Het rustige leven op het land dat hem lief is ver boven de stad, de bestendige nauwe aanraking met de natuur die zijn hart verkwikt zijn een sterke steun voor zijn evenwichtigheid.

Banden
geleidelijkaan
de banden verbroken
met familie
de samenleving
alle muren
omver
geworpen

enkele stenen
in welke
nog namen
gesneden
houd ik vast
in mijn handen
speel ermee
en peins
welke ik waar
en hoever
zal wegkeilen

slechts op deze
ene gedachte
wankelt het bestaan ( blz. 65)

De strekking van dit gedicht overtreft de vormaspecten ervan duidelijk in alle diepten. De uitgever had haar redactionele nijverheid even kunnen gebruiken deze dichter op de vroegtijdig afgeknotte regels, die op zich geen betekenis dragen, te wijzen. Met enige vormaanpassing had dit vers beslist niet aan betekenis en kracht hoeven in te boeten. Mohan probeert hierin de zwakke, alledaagse , kleine kanten van het menselijk doen en laten op een cryptische wijze te tekenen. De mythe die zijn aandacht gevangen houdt is de menselijke natuur, de uiterste horizon waartoe zijn blik reikt en waaronder te verstaan: de geheimzinnige grens van het mens .–zijn. Het onvoorstelbare is de werkelijke, waardevolle, beslissende achtergrond der dingen waar ons een onverbrekelijke band mee verbindt maar waar wij op den duur toch vanaf willen. Datgene wat de dichter uitbeeldt is de mens in zijn extreme ontplooiing, de uiterste individualistische grens die misschien ook nog overschreden wordt.

In deze dichtbundel leidt de dichter de lezer rond langs existentiële thema’s als contractarbeid, ouderdom, gewoonte, wens, bestaan etc. waarbij hij zijn betoog herhaaldelijk verlevendigt door invoeging van episoden, deels schilderend, deels verhalend die de veelzijdigheid van zijn aanpak doen uitkomen. Mohan kan mede door zijn muzikale aspiratie rekenen op een buitengewone belangstelling van het publiek vooral ook omdat hij zich met voorliefde verdiept in de goede oude tijd. Zijn dichterlijke geest is er één van diepe ernst, van grote levenswijsheid en van innig geloof. Pijn en extase zijn geen vreemden aan elkander; pijn en vreugde zijn wezenlijk verbonden zoals de dood en het leven.” Dromen roepen het leven op/ om het te laten dromen/gedachten vermomd in gedichten/gesorteerd op kille stenen vloeren/begraven onder bloemen/als een authentiek lijk//dat met een laatste groet/ afscheid neemt “ ( blz. 67) . Hier wordt een abstracte redenering beproefd van een organisch en systematisch opgebouwd geheel: rijkdom is onzeker bezit, menselijke hoop is onuitroeibaar, de mens wikt, God beschikt. Het organisch en systematisch geheel kenmerkt de “mens van zaken “ , die de onzekerheden van het praktische leven ervaren heeft. De wijze die zich tot daden gedrongen weet en niet twijfelt. Deze dichtbundel is niet voor een amusante treinreis maar leent zich uitstekend voor gebruik in een stille ruimte met klassieke Indiase achtergrondmuziek en verstikkende wierook.

Auteur: Raj Mohan
Titel: Erfenis
Uitgeverij: In De Knipscheer Haarlem

Reacties
  1. Reply
    Krisjan Peeters
    juli 19, 2011 om 2:00 am

    Wartaal!

  2. Reply
    antwoord aan Krisjan Peeters
    juli 20, 2011 om 10:42 pm

    Is het jou zelf ooit gelukt een andere dan de straattaal te bezigen?
    Ga eens de werken lezen van Nederlandse literaire grootmeesters
    als: Vestdijk, Couperus, Slauerhoff etc. echter op het gevaar af dat
    je zult blijven talmen bij de eerste twee regels , en dan pas zul
    je echt kennis maken met wat virtuoos taalgebruik heet . 😀

    Schrijf een reactie


    Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

    Register New Account
    Wachtwoord opnieuw instellen