Veel nieuwe armen door corona, vooral in India en Nigeria


Bijna een kwart eeuw ging het de goede kant op. Beetje bij beetje nam de extreme armoede in de wereld af. In 1990 leefden bijna twee miljard mensen van minder dan 1,90 dollar per dag, in 2017 was dat aantal gedaald naar 689 miljoen mensen. Aan die jaren van vooruitgang maakt de pandemie abrupt een einde.

De Wereldbank schat dat dit jaar tussen de 88 miljoen en 115 miljoen mensen in extreme armoede kunnen vervallen, wat het totaal brengt op 703 tot 729 miljoen.

Deze nieuwe corona-armen hebben andere karakteristieken dan de extreem armen die we al kenden. Ze zijn bijvoorbeeld niet altijd laagopgeleid, maar kunnen ook hoogopgeleid zijn. Ze wonen niet op het platteland, maar in de stad en werken niet in de landbouw, maar in de informele dienstverlening, in de sectoren die het hardst zijn getroffen door de coronamaatregelen, zoals lockdowns.

Het zijn Nigerianen die flesjes water of dodo’s (bakbananen) verkochten in de lange files van een stad als Lagos. Indiase vrouwen die groenten verkochten in de straten van New Delhi. Mensen die zonder sociaal vangnet leven en slechte toegang hebben tot zorg. Toen de pandemie begon, konden ze hooguit een paar maanden teren op wat spaargeld. Dat geld is nu op.

Nieuwe stadsbewoners

De wereldeconomie zal dit jaar naar verwachting met 5,2 procent krimpen, meer dan in de laatste tachtig jaar. Overal ter wereld zijn de economische prognoses verontrustend, maar in Nigeria en India zullen de klappen het meest voelbaar zijn, schrijft de Wereldbank in een rapport. Zo’n 75 procent van de nieuwe armen zal in deze twee landen wonen.

„Dit is de groep die het vóór de lockdown al zwaar had en nu verder de armoede in wordt gedrukt”, zegt de Nigeriaanse promovenda Rebecca Enobong aan de telefoon. Ze is verbonden aan de Technische Universiteit van Berlijn en doet al jaren onderzoek naar de situatie van Nigeriaanse arbeiders in de informele sector. Tussen 55 en 75 procent van de Nigerianen is in deze sector werkzaam. Vooral nieuwe bewoners van een stad hebben het zwaar, zegt Enobong, mensen die net een nieuw leven proberen op te bouwen.

Ik ken in Nigeria niemand die sinds februari salaris heeft ontvangen

Rebecca Enobong promovenda

Neem de Nigerianen uit het noorden van het land die voor terreurgroep Boko Haram zijn gevlucht en recentelijk in megastad Lagos arriveerden. „Vóór corona gingen de vrouwen dan de deuren langs om zich als schoonmaker of chauffeur aan te bieden, dat kan door de coronamaatregelen niet meer.”

Deze groep is sterk afhankelijk van het inkomen van de middenklasse, maar ook die heeft het zwaar. Enobong ziet het zelfs in haar eigen omgeving. „Ik ken in Nigeria bijna niemand die sinds februari salaris heeft ontvangen. Ook vrienden die ondernemer zijn, konden zichzelf niet uitbetalen.” En dat voelen de mensen onderaan de ladder ook weer, zegt ze.

Als voorbeeld vertelt ze het verhaal van een 32-jarige vrouw met negen kinderen die lerares was in de deelstaat Borno, tegen de grens met Tsjaad en Niger aan. Ze vluchtte met haar gezin voor het geweld van Boko Haram. Vijf jaar lang woonden ze in een kamp voor ontheemden. In 2015 vertrokken ze naar Lagos voor werk. Eerst werkte de vrouw als kinderoppas bij een gezin en bouwde daar wat kapitaal mee op. Daarmee kocht ze voedsel, wat ze weer verkocht aan mannen die op een bouwplaats werkten. Maar door de strenge lockdown die er in een aantal Nigeriaanse steden was, moesten die mannen naar huis, en zij ook.

“/>

In het land van 200 miljoen inwoners raakten 61.000 mensen besmet en vielen in totaal 1.116 doden. Van eind maart tot juni ging een aantal drukke steden in Nigeria, waaronder Lagos, in lockdown. In de rest van het land werd een avondklok ingesteld. Mensen die na die tijd toch buiten liepen, werden soms mishandeld door de politie, of gearresteerd.

Als gevolg van de lockdown hadden velen geen inkomsten meer. „Het gezin van de vrouw uit het voorbeeld at zelf maar al het eten op dat voor de mannen op de bouwplaats was bedoeld.” Na de lockdown, afgelopen zomer, klopte de vrouw weer aan bij het gezin waar ze als oppas had gewerkt. Ze verdiende er eerder 50.000 naira per maand, 112 euro. Nu was ze bereid ook voor de helft van dat salaris te werken, zei ze. Dat lukte niet, zegt Enobong. „Zelfs dát kon het rijkere gezin niet meer opbrengen.”

Mensen die zich net hadden ontworsteld aan de extreme armoede, vallen nu weer terug

N.R. Bhanumurthy econoom in India

Universeel basisinkomen

Behalve over Afrika zijn er ook veel zorgen over extreme armoede in Azië. „Mensen die zich net hadden ontworsteld aan de extreme armoede, vallen nu weer terug”, zegt de Indiase econoom N. R. Bhanumurthy van de Ambedkar School of Economics in de Indiase stad Bangalore. „De eerste mensen die de consequenties van de afgenomen economische activiteit voelen, zijn de mensen onderaan de ladder.”

India is op dit moment een van de hardst getroffen landen ter wereld. Meer dan zeven miljoen mensen raakten besmet met het virus, er vielen meer dan honderdduizend doden. Eind maart werd er een lockdown afgekondigd die, mede vanwege de economische gevolgen, vanaf juni werd opgeheven. De scholen zijn nog steeds wel dicht.

Het land is niet meer op slot, maar veel bouwprojecten liggen stil. Uit angst voor nieuwe besmettingen sturen mensen hun huishoudhulp weg, zegt Bhanumurthy. Sommigen in de informele sector kunnen relatief snel weer hun handeltje beginnen, maar dat geldt niet voor iedereen.

De Wereldbank verwacht dat er volgend jaar in de hele wereld nog eens 23 tot 35 miljoen extreem armen bijkomen.

Ook de gevolgen van klimaatverandering en gewapende conflicten dragen hieraan bij. De langetermijneffecten van eerdere pandemieën suggereren daarnaast dat het coronavirus zal leiden tot een toename van de economische ongelijkheid en een afname van sociale mobiliteit. Herstel, zeggen experts, kan een decennium duren.

Volgens Bhanumurthy kan het huidige anti-armoedebeleid van de Indiase regering, die arme bewoners van het land van goedkoop voedsel voorziet, ook de nieuwe armen bereiken. Hij wijst erop dat er in India discussies op gang komen over een universeel basisinkomen.


Lees ook: Niet alleen wij lijden onder het coronavirus

In Nigeria lijkt een oplossing voor de grotere groep extreem armen verder weg. Het bureaucratische land is onaantrekkelijk voor veel investeerders.

Volgens onderzoeker Rebecca Enobong moet de Nigeriaanse regering stoppen met het „pesten van armen”. Anders dan India, dat met specifiek beleid de lagere inkomens wil laten profiteren van economische groei, zit de Nigeriaanse regering arbeiders in de informele sector juist in de weg. Straatverkopers worden regelmatig opgepakt, vastgezet en met hoge boetes weggestuurd omdat hun werk als iets illegaals wordt gezien. Onder hen ook veel jongeren die gestudeerd hebben, maar door de hoge werkloosheid toch in de informele sector zijn beland.

„Het is onrealistisch om te verwachten dat er een sociaal vangnet kan komen voor deze groep, daar is gewoon geen geld voor”, zegt Enobong. „In plaats daarvan moet de regering de informele sector minder regels opleggen.”

In februari kondigde Lagos een verbod af op de alomtegenwoordige motortaxi’s (okada’s) en driewieltaxi’s (keke’s) waarmee het gros van de bevolking zich verplaatst. „Ook de vader in het gezin van negen dat ik noemde raakte toen zijn baan kwijt”, zegt Enobong, waardoor het gezin afhankelijk werd van één inkomen. Toen moest corona nog komen – later die maand werd in Nigeria de eerste besmetting vastgesteld. Enobong: „De regering van Nigeria wil de armoede niet oplossen, maar verbergen. Van die mentaliteit moeten ze om te beginnen af.”



Lees verder op:
https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/16/veel-nieuwe-armen-door-corona-vooral-in-india-en-nigeria-a4016336

Reacties

      Schrijf een reactie


      Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

      Register New Account
      Wachtwoord opnieuw instellen