Indiase vrijwilligsters in de frontlinie tegen corona én de overheid


Met grote ogen kijken de kinderen naar Renu Singh (38), terwijl ze zich op een zaterdagochtend een weg door de opgebroken straten van hun dorp baant. Zij op blote voeten, hun buiken ontbloot door wijdvallende hemdjes. Singh op zwarte sandalen en gehuld in een smetteloze sari, met om haar schouder een grote tas waarin ze om de zoveel tijd grijpt om een thermometer op het voorhoofd van een van de dorpelingen te richten.

In Mushpipri, een door moslims gedomineerd gehucht in het noorden van India, zijn Singh en haar tas een bekend gezicht. Al jaren klopt ze hier als zorgvrijwilliger op deuren om te informeren of er nog vrouwen zwanger zijn of dat er kinderen gevaccineerd moeten worden. Maar de thermometer is nieuw, net als de vragen die Singh hun de afgelopen maanden stelt. Heeft er iemand verhoging? Last van hoesten? En weten ze wel hoe ze zich tegen het virus moeten beschermen?

Het is de zoveelste taak die recent aan Singhs lange lijst van verantwoordelijkheden is toegevoegd. Als een van India’s bijna een miljoen Accredited Social Health Activists, kortweg Asha’s (hoop in Hindi), is Singh een cruciale schakel in een krakend zorgsysteem. Het voorbije decennium werd mede dankzij hun huisbezoekjes en voorlichtingswerk polio verdreven en daalde op het platteland het hoge aantal sterfgevallen bij geboortes.

“/>

En nu vormen ze al maanden de frontlinie in India’s poging het coronavirus te beteugelen. Een rol die Singh en haar collega’s begint op te breken. Eerder deze maand legden door heel het land zo’n 600 duizend Asha’s voor twee dagen hun werk neer, uit frustratie over hun schamele vergoeding of het uitblijven ervan. Niet alleen eisen ze een vast en hoger salaris, ze willen meer bescherming tegen het virus dat ze bestrijden.

Twee paar katoenen mondmaskers, twee paar chirurgische maskers en drie paar handschoenen. Dat is alles wat ze sinds maart heeft gekregen, vertelt Singh. Plus een ‘coronavergoeding’ van 500 roepies, nog geen 6 euro, extra per maand. Nieuwe handschoenen en maskers kocht ze sindsdien grotendeels zelf, evenals de potjes handgel die ze in haar tas meedraagt. „Veel Asha’s zijn bang ziek te worden, zegt Singh. „Maar niemand lijkt naar onze klachten te willen luisteren.”

Hun angst is niet ongegrond. Na de VS en Brazilië grijpt het coronavirus nergens zo hard om zich heen. Meer dan 3 miljoen Indiërs raakten al besmet, per dag komen er zo’n 60 duizend nieuwe gevallen bij. Dat zijn althans de officiële cijfers: recente onderzoeken naar antistoffen in steden als Delhi en Mumbai suggereren dat het werkelijke aantal besmettingen nog vele malen hoger is [zie inzet], iets waar deskundigen al lange tijd voor waarschuwen.

Dat maakt vooral frontliniewerkers als Singh en haar collega’s kwetsbaar. Zij zijn het immers die in dichtbevolkte sloppenwijken van deur tot deur gaan om potentiële coronapatiënten te traceren, evenals de dorpen waar talloze arbeidsmigranten naartoe terugkeerden toen ze door de lockdown hun baan elders verloren. Meer dan eens bleken ze het virus daarbij te hebben meegenomen.

Auntie, auntie. Dat huis daar.” In Mushpipri in de deelstaat Uttar Pradesh stuurt een jongen Singh naar een huis van kale baksteen waarvoor twee buffels loom op de grond zitten. Een van de bewoners is teruggekeerd uit een verderop gelegen stad en heeft nu last van hoest en rillingen. Uit haar tas haalt Singh een extra chirurgisch masker en plaatst het over het exemplaar dat haar gezicht al bedekte, over haar handen gaan twee paar handschoenen. Dan klopt ze aan.

Vanuit Delhi slaakt Shweta Raj, voorzitter van de Dilli Asha Kamgar Union, een lokale Asha-vakbond, over de telefoon een diepe zucht als ze dit hoort. Hier is de situatie niet veel beter, zegt zij. „Het toont hoezeer de publieke gezondheidszorg in India wordt verwaarloosd. Asha-werksters zijn de ruggengraat. Als zij ziek worden, verzwakt het hele systeem.” Volgens lokale media zijn landelijk al zeker twintig Asha’s aan corona gestorven.

Protesteren

Vakbondsvrouw Raj was een van de organisatoren van een demonstratie waaraan onlangs enkele honderden Asha’s deelnamen. Ze werden daarop aangeklaagd: vanwege corona zijn samenkomsten in de hoofdstad verboden. Typisch, zegt Raj. „Sinds maart vragen we de regering in Delhi maatregelen te nemen. We hebben ze zelfs gewaarschuwd dat we zouden staken. In plaats van in gesprek te gaan, spannen ze een zaak aan.”

Pogingen van NRC de betreffende autoriteiten om een reactie te vragen, zijn onbeantwoord.

Kort voor de staking publiceerde het lokale ministerie van Gezondheid wel een nieuw bevel. Asha’s in Delhi krijgen nu een dagvergoeding van omgerekend 500 roepies als zij langs de deur moeten in wijken met veel besmettingen, naast de 1.000 roepies per maand die eerder voor coronawerk was beloofd. Een grap, aldus Raj. „Wat wij eisen is een minimumloon van 21.000 roepies (240 euro) met pensioen en verzekeringen.”

Het probleem is dat Asha’s officieel vrijwilligers zijn en dus geen recht hebben op zulke zekerheden – iets waartegen ze ook voor corona in opstand kwamen. Ze krijgen incentives, financiële prikkels, voor de taken die zij uitvoeren. Een ondervoed kind naar het ziekenhuis brengen? 100 roepies. Een boreling en diens moeder bezoeken? 250 roepies. In sommige deelstaten krijgen ze daar nog enkele tientjes aan vaste vergoeding bij.

Niet in Uttar Pradesh, waar Ritu Singh woont. Haar zieke man is al twee jaar werkloos, zij zorgt als enige voor hen en hun twee kinderen. Door corona zag zij net als veel andere Asha’s haar inkomsten dalen. Vaccinatieprogramma’s kwamen stil te liggen en vrouwen durfden niet in het ziekenhuis te bevallen, iets waarvoor Singh eveneens een vergoeding krijgt.

Laatste loon in april

Laatst werd amper 30 euro op haar rekening gestort, zegt ze verbeten. „Nog geen kwart van wat een dagarbeider verdient.” Singh krijgt ten minste nog wel betaald. Volgens de vakbonden is dat sinds de lockdown lang niet overal het geval.

„De laatste keer was in april”, zegt bijvoorbeeld Sapna (30), een alleenstaande moeder uit Delhi. Het beetje extra dat ze verdiende door een keer per week bij iemand schoon te maken, is ze ook kwijt. „Die mevrouw was bang dat ik haar ziek zou maken”, zegt Sapna, die geen achternaam heeft. Wel kreeg ze wat extra geld mee en betaalde de vrouw voor de school van haar dochtertje, maar die is vanwege corona nog altijd dicht. Een smartphone voor de online lessen heeft ze niet.

Op 9 augustus voegde Sapna zich bij de vrouwen die naar Delhi’s protestplek Jantar Mantar trokken. Haar eerste demonstratie, zegt ze zachtjes. Toeval of niet, de volgende dag stond 1.000 roepies op haar rekening. De beloofde coronavergoeding, denkt Sapna. Tegen NRC stelt haar meerdere dat ‘hun’ Asha’s zeker tot juni gewoon zijn uitbetaald en dat een extra „goed bedrag” volgt. Leugens, volgens Sapna. Maar klagen durft ze niet. „Ik kan niet nog een baan verliezen.”

In Mushpipri komt Renu Singh naar buiten. De man heeft lichte koorts, zegt ze, terwijl ze haar plastic handschoenen met handgel reinigt en in een apart zakje in haar tas stopt. Ze heeft hem aangeraden zich te laten testen en belt met de lokale kliniek om hen op de hoogte te brengen. Het virus bleef tot nu toe buiten dit dorp, vertelt Singh. Een paar kilometer verderop zijn wel al elf besmettingen. Aan staken denkt ze voorlopig dan ook niet. , ondanks dat de landelijke regering geenszins van plan lijkt iets met hun eisen te doen. „Het land heeft ons nu nodig.”



Lees verder op:
https://www.nrc.nl/nieuws/2020/08/25/indiase-vrijwilligsters-in-de-frontlinie-tegen-corona-en-de-overheid-a4009825

Reacties

      Schrijf een reactie


      Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

      Register New Account
      Wachtwoord opnieuw instellen