Pluimstrijker tussen India en China


Op diplomatiek niveau zijn enkele historische spanningen tussen India en China grotendeels uitgewist. De twee beloftevolle grootmachten mikken bovendien samen op een multipolaire orde waarin zij hun invloed kunnen doen gelden. In 2003 reisde de toenmalige Indiase eerste minister Atal Vajpayee naar Peking om er te praten over de principes voor een nieuwe samenwerking. Het resultaat was een ambitieuze verklaring en de oprichting van verschillende overlegstructuren. Twee jaar later sloten India en China een strategisch partnerschap af dat zou bijdragen tot een ‘nieuwe wereldorde’. Tezelfdertijd ondertekenden India en China een verdrag over de afbakening van de grenzen en erkende Peking dat het gecontesteerde Himalajastaatje Sikkim deel uitmaakt van het Indiase grondgebied. Eerder al had New Delhi bevestigd dat het ‘stellig gekant was tegen elke poging om verdeeldheid in China te zaaien en Tibet van het moederland af te scheiden.’ Peking uitte zijn goedkeuring voor een permanente Indiase zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en stemde ermee in om zijn zuiderbuur een zitje te gunnen in de Shanghai Cooperation Organisation (SCO), een Centraal-Aziatisch overlegplatform waarvan Peking de voortrekker is. In 1998 maakte India met een testlancering van een kernraket duidelijk dat het China viseerde als komende militaire rivaal. Amper vijf jaar later werden de eerste gemeenschappelijke manoeuvres op zee gehouden. In 2006 ondertekenden de Chinese en Indiase ministers van Defensie een principeakkoord over samenwerking op vlak van veiligheid. Dit voorziet ondermeer in gezamenlijke trainingsprogramma’s, de uitwisseling van defensiepersoneel en de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Ook de veiligheidsagenda’s van beide landen zijn allesbehalve gelijklopend. De meest in het oog springende kwestie betreft Pakistan. Peking blijft India’s rivaal voorzien van moderne wapensystemen, waaronder onderzeebootjagers en gevechtsvliegtuigen. Er bestaan talrijke samenwerkingsprogramma’s op het gebied van training en inlichtingen. Vooral de persoonlijke banden van Chinese opperofficieren met Pakistaanse collega’s zijn sterker ontwikkeld dan die met de Indiase ambtsgenoten. Ook Myanmar is zo’n staat waar de veiligheidsbelangen botsen.

Sinds decennia onderhoudt het Chinese Volksleger zeer nauwe contacten met de Tatmadaw, Myanmar’s reguliere krijgsmacht. Ook India heeft zijn zinnen gezet op het strategisch gelegen Zuidoost-Aziatische land. Sinds het midden van de jaren negentig heeft het de morele bezwaren ten aanzien van het regime aan de kant gezet, en gaat het voluit om de Chinese invloed in te dijken. India op zijn beurt bouwt op één van de Nicobar-eilanden, gelegen aan de Golf van Bengalen, een indrukwekkende marinebasis uit. Peking maakt zich ernstig zorgen over de vastberaden machtsontplooiing van de Indiase marine. De Indische Oceaan is immers de natuurlijke transportband van aardolie en andere grondstoffen naar de fabrieken op de Chinese oostkust. De Indiërs hebben intussen een aanzienlijke vloot in de vaart en voor de nabije toekomst staan twee nieuwe vliegdekschepen op het programma, nucleaire onderzeeërs, onderzeebootjagers en fregatten. Het Indiase leger is prominent aanwezig in strategische eilandstaten zoals Mauritius, de Malediven en Madagaskar. Totnogtoe is de Chinese aanwezigheid in de Indische Oceaan bescheiden. Wel worden preventieve maatregelen getroffen. Naast de ankerplaatsen in Myanmar heeft China zich ook in Pakistan voorzien van een maritiem steunpunt. Bangladesh en Iran zijn bereid om infrastructuur ter beschikking te stellen.

Reacties

      Schrijf een reactie


      Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

      Register New Account
      Wachtwoord opnieuw instellen