Nepal


SpecialsDe zon komt rustig op, maar boven de donkergroene bergen van Dhaulagiri is de lucht nog intens donkerblauw. Heel langzaam wordt deze steeds lichter, steeds zachter. Er staat iemand vanachter de ramen in haar hotelkamer naar het ontwaken van de dag te kijken. Ze maakt het grote raam open en gaat dan hellend zitten op de rand, uitkijkend over een groot meer. Er is nog niemand buiten, nog helemaal geen geluid. Zelfs de haan heeft nog niet gekraaid, omdat de glooiing van de zon over de bergen nog nauwelijks zichtbaar is.

De jonge vrouw met losse, lange zwarte haren loopt naar buiten in haar ijsblauw satijnen slaapjurk. Richting de bergen, richting het donkere, woeste, golvende meer. Aan de rand van het meer blijft ze stilstaan en laat zich dan vallen op haar knieën. Met gebogen hoofd valt de blik van haar ogen naar beneden, naar de ochtenddauw op het gras, maar ze ziet het niet. Omdat ze aan iets heel anders denkt. Haar leven thuis, de plek waar ze zover vandaan is gekomen om hier haar hoofd dan eindelijk te kunnen helderen. Ze weet niet hoe en waarom, maar alleen dat ze hier moest zijn. Op deze kille plek. De zon heeft de aarde nog niet verwarmd en op haar armen krijgt ze kippenvel. Ze wrijft haar handen er angstig langs. Dan hoort ze voetstappen.

Ze draait haar hoofd even, maar besluit dan om naar voren te blijven kijken. Het is mistig en het zicht onduidelijk. Het is een donkergrijze schim, niet herkenbaar. De schim loopt naar haar toe en blijft achter haar staan. Hij heeft zijn stem nog niet laten horen, ze heeft nog niet omgekeken, maar ze weet precies wie het is. Toch kijkt ze naar het meer en buigt haar hoofd naar het water om zo zijn weerspiegeling te zien. Ze ziet in het golvende water een persoon die haar aankijkt en zijn hand naar haar wang toebrengt. Hij wendt haar gezicht naar hem toe en zegt dan: “Je bent het nog steeds niet vergeten, hè.”

Ze drukt haar lippen tegen elkaar: “Hoe kon ik?” Hij maakt een zuchtend gebaar, maar zonder enig geluid. “Je zult verder moeten. Er is zoveel dat nog voor je ligt vanaf hier. Vergeten, zal je het nooit. Dat weet ik ook. Maar je zult het van je af moeten zetten, omdat je verder moet.” “Waarom ben je gegaan?” vraagt ze dan. “Waarom zo ineens, waarom zonder waarschuwing?” Ze staat op. “Waarom bleef je zo kort? Waarom moest je gaan!”

Ze keert zich ineens om en rent bij ‘m vandaan. Ze blijft rennen over de groene grasvelden van de bergen tot ze buiten adem raakt en stopt. Dan schreeuwt ze naar boven, naar de hemel: “Je liet me zomaar achter met zoveel vragen, met zoveel spijt, met zovéél pà­jn. Ik heb je nog zoveel willen zeggen, nog zoveel van het leven en de wereld met je willen ontdekken. Ik wou je zeggen dat ik je nooit verdriet heb willen doen, dat ik spijt heb dat ik nooit genoeg heb gezegd hoeveel ik van je hou. En daarom kan ik je maar niet vergeten…omdat ik van je hield! En omdat ik weet dat jij van mij hield!”

“Ik heb het geprobeerd, ik heb het echt geprobeerd te vergeten……” Ze wordt stil en haar woede maakt zachtjes plaats voor tranen. Hij legt zijn hand op haar schouder: “Soms lopen mensen uit je leven. Mensen waarmee je de vreugde en de tranen van je leven mee gedeeld hebt. Die er voor je waren op je moeilijkste momenten, met wie je kon lachen tot je ervan huilen moest. Zo is het leven nou eenmaal. Net zo goed als dat ons het leven gegeven wordt, net zo goed wordt het ons weer ontnomen. Het belangrijke is dat je daarom beseft wanneer je leeft om mensen te zeggen dat je van ze houdt en niet pas wanneer die persoon er niet meer is…of wanneer je er zelf niet meer bent. Dat leert de dood ons. De dood is wezenlijk deel van ons en herinnert ons er aan dat tijd kostbaar is en beperkt. Het leven op aarde is voor iedereen en alles beperkt. Alles moet uiteindelijk doodgaan. Aan à¡lles komt een einde. Aan één ding zal echter nooit een einde komen. En dat is jouw liefde voor mij. De dood is dan meester van alles en toont ons hoe nietig we zijn, maar de liefde toont ons waar we goddelijk en oneindig in kunnen zijn.”

Hij vervolgt tot slot: “Als jij denkt dat mijn liefde voor jou en jouw liefde voor mij verdween op het moment, dat ik stierf…..dan heb je nooit begrepen hoe sterk mijn liefde voor jou is,”…Het wordt verlammend stil. De frisse wind, die giert door de bergen wordt hoorbaar. De lucht is inmiddels al helderblauw geworden en na het wegtrekken van de mist, wordt de uitgestrektheid van het gigantisch graslandschap volkomen zichtbaar.

“Nee,”…..zegt ze. “Ik heb het begrepen. Ik heb altijd begrepen hoe groot onze liefde was en is. Ik wilde je alleen niet..ik kon je niet..loslaten….omdat het zo’n verdriet doet, te beseffen dat ik je nooit meer in m’n armen kan houden, dat ik nooit meer de aanraking van je hand zal voelen. Dat ik je nooit meer in je ogen zal kunnen aankijken en het mooiste gevoel dat er is van binnen zal krijgen. Maar ik weet echter dat je altijd een deel van me zult blijven. Hier, diep van binnen,” ze wijst naar haar hart. “In de kern van wie ik ben. Ik zal je altijd met me meedragen.”

De man pakt haar tengere vingers voorzichtig met zijn handen en fluistert: “Laat me dan gaan. Ik zal altijd bron van je kracht zijn. Maar laat me gaan…..De toekomst wacht op je.”

Het wordt plotseling gitzwart voor haar ogen en doodstil. Het lijkt alsof haar ogen dicht zijn en ze probeert deze dan ook weer te openen. Ineens klinkt het gezoem van een…wekkerradio. Ze beseft dat ze net pas is wakker geworden en op bed ligt…..thuis….in Nederland. De zon schijnt door de vanillekleurige gordijnen waar ze vervolgens naar toe loopt en staat dan voor een moment stil, wachtend. De luidst mogelijke zucht klinkt vanuit het diepste van haar longen. Dan trekt ze stevig met een ruk de gordijnen open, opent het raam en kijkt naar buiten….
….”Ja, hoor….het verkeer in Amsterdam is weer bezig op gang te komen…
…..maar ik nu eindelijk ook.”

Opgedragen aan hen allen die het leven lieten op 4 oktober 1992 tijdens de Bijlmerramp in Amsterdam. Om circa half zeven ’s avonds doorboorde een El-Al Boeing 747 de Bijlmerflats Groeneveen en Kruitberg. Er vielen 43 doden, inclusief de bemanning en enkele tientallen gewonden. Bijna iedere Surinamer weet waar die was op het moment dat het nieuws bekend werd. Dit verhaal is natuurlijks deels fictief, deels waar, maar bijna iedereen weet hoe het voelt om iemand verloren te hebben. Ik was destijds pas een kind van 10 jaar oud toen ik de onvergetelijke beelden op tv zag van de ongelooflijke vlammenzee, voor eeuwig gegrift in mijn geheugen. Mijn ouders waren met stomheid geslagen en de telefoon bleef afgaan. Vanuit mijn huis in Zuidoost kon ik de helikopters in de lucht zien en de rook die opdoemde vanaf de plek des onheil. Ik kon nauwelijks bevatten wat er gebeurd was. Jaren later heb ik er nog nachtmerries aan overgehouden, die vreemd genoeg pas stopten op hetzelfde moment van de aanslagen op 11 september 2001. Het gevoel van onveiligheid door voorbijrazende vliegtuigen was nu gemeengoed van de hele wereld geworden. Veel mensen beschouwen de Bijlmer als de meest beruchte plek van Nederland, voor buitenstaanders een donkere, criminele buurt waar ze liever niet komen. Voor hen is de Bijlmer niets dan slechts. Enkele dagen na het ongeluk in 1992 werd er echter een herdenkingstocht gehouden onder leiding van toenmalig burgemeester Ed van Thijn. Hij begon met een toespraak vanaf een hoog podium, de bewoners en achtergeblevenen toesprekend, om vervolgens de tocht te beginnen door de Bijlmer…en op een gegeven moment bereikten we de flats…..ik zal nooit meer de aanblik vergeten van de zichtbaar vernietigende impact die het vliegtuig heeft gehad. Een enorm stuk van de flat was simpelweg weg, terwijl raampjes enkele meters daar vandaan onaangetast waren gebleven. Die dag liepen blank en zwart met elkaar, creolen en hindoestanen, iedereen. Het hart van de Surinaamse gemeenschap in Nederland was geraakt…..Die dag zag ik de beste kant van onze Bijlmer.

Sadhana

Reacties

      Schrijf een reactie


      Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

      Register New Account
      Wachtwoord opnieuw instellen