‘Nederland moet praten over zijn rol in Zuid-Afrika’


In het Nederlandse parlement gaat het zelden over Zuid-Afrika. Maar als het erover gaat, zijn de beraadslagingen in de Tweede Kamer onbegrijpelijk voor de meeste Zuid-Afrikanen. Afgelopen oktober vroegen de Tweede Kamerleden Martijn van Helvert (CDA) en Kees van der Staaij (SGP) minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken „het racistisch geweld tegen witte boeren te agenderen in de VN-Mensenrechtenraad”. In 2019 dienden dezelfde Kamerleden ook al een motie in om „de landonteigening zonder compensatie” van witte boeren een halt toe moet roepen.

Onderzoeker, schrijver en zelfbenoemd ‘erfenis-activist’, Patric Tariq Mellet ziet die moties als illustraties van de misvattingen die nog altijd over Zuid-Afrika bestaan. „Dit soort moties maakt een slachtoffer van witte Zuid-Afrikanen. Ik wil niet ongevoelig zijn over de tientallen boeren die er jaarlijks in dit land worden vermoord, iedere moord is er één te veel. Maar in één weekend worden in een krottenwijk als Manenberg of Lavender Hill al veertig mensen vermoord. Dit land kent 21.000 moorden per jaar. Het is dat geweld in de krottenwijken, de uitzichtloosheid, de werkloosheid van bijna 60 procent waar het Nederlandse parlement zich zorgen over moet maken.”

Mellet struikelt bijna over zijn eigen woorden en zijn ingehouden woede. „Zuid-Afrikanen leven op een tijdbom”, zegt hij in een drie uur durend gesprek in zijn huis in Kaapstad. Zijn muren hangen vol met foto’s en verhalen over de slavernijgeschiedenis van Zuid-Afrika.

Op twee kaarten heeft hij met punaises duidelijk gemaakt hoe de reis van de slaven naar de Kaap eeuwenlang verliep: van de Hollandse kolonie in Batavia, in het huidige Indonesië, en van India, naar Madagascar, Mozambique en Kaap de Goede Hoop. „Nederland moet zich afvragen welke verantwoordelijkheid het heeft voor de staat waarin Zuid-Afrika vandaag de dag verkeert.”


Lees ook: Waarom de witte boeren in Zuid-Afrika ineens op Trumps agenda staan

Nog altijd geen goede wetten

In zijn net gepubliceerde boek De Leugen van 1652 ontkracht Mellet mythes over de wordingsgeschiedenis van Zuid-Afrika die nog altijd misvattingen voeden over Zuid-Afrika, van Den Haag tot Washington. Zijn boek staat in de top-5 van best verkochte non-fictie boeken bij de grootste boekhandel in Zuid-Afrika. Niet alles wat hij schrijft is nieuw, maar de titel maakt veel los in zijn land.

Volgens hem loopt er een rechte lijn van „de koloniale agressor die land van Afrikanen zonder compensatie afpakte” naar de geografische apartheid tussen de klassen en rassen die in de grote steden van het land nog steeds bestaat. „De echte slachtoffers”, schrijft hij, „zijn degenen die schadevergoeding willen voor het land dat van hen werd gestolen.” Die apartheid is niet voorbij, zegt hij. „Witte projectontwikkelaars laten met steun van de autoriteiten mensen van kleur uit hun huizen zetten, zodat ze die wijken kunnen gentrificeren en winst kunnen maken. We hebben nog altijd geen goede wetten die daar een einde aan maken.”

Zo ging het vanaf 6 april 1652, toen de Culemborger Jan van Riebeeck aan wal kwam in Kaap de Goede Hoop, om in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) een „fort ende tuyn” te bouwen voor de schepen op weg naar de Hollandse kolonie in Batavia, in het huidige Indonesië. Het beeld dat daarbij hoort is het schilderij van Charles Bell, die ruim twee eeuwen later, in 1851, Van Riebeeck schildert als hij aan wal een aantal hoogst verbaasde en nederige Khoi, door de Hollanders ‘hottentotten’ genoemd, in lompen ontmoet. In de omgeving staan geen huizen en er is geen haven. Zo wordt het begin van de geschiedenis van Zuid-Afrika op het schilderij voorgesteld. Zo werd het jaren op school herhaald, vóór het eind van de apartheid in 1994.

Veel multiculturele interactie

Zelfs in de archieven van de VOC kun je lezen dat deze voorstelling niet klopt, zegt Mellet. „Ruim vijftig jaar voor de komst van Van Riebeeck is er in die haven al sprake van een levendige multiculturele interactie tussen de inheemse bevolking en de Europeanen. Naar schatting 200.000 Europeanen hadden de Kaap tegen die tijd al bezocht. Er was handel in schapen en vee met de zeevaarders.” Van Riebeeck beschrijft zijn ontmoetingen met wat hij noemt ‘de hottentot’ Harry de Strandloper, die niet in lompen rondliep maar juist zeer goed gekleed was en bereisd: hij was op Java geweest. „Harry heette in werkelijkheid Autshumao. Hij was een wereldreiziger, geen nobele wilde.” Nederig waren de Khoi evenmin. Ze voerden negentien bloedige oorlogen tegen het landjepik van de nieuwkomers.

De oproep aan Europeanen om verantwoordelijkheid te nemen voor de rol die ze hier hebben gespeeld, klinkt al langer in Zuid-Afrika. In 2015 zei de toenmalige president Jacob Zuma dat „alle problemen van Zuid-Afrika begonnen met Van Riebeeck”.

Trauma’s van de geschiedenis

Het anachronistische schilderij van Charles Bell illustreerde een hardnekkige mythe die door de koloniale autoriteiten, en later het apartheidsregime, werd verkondigd: dat de Europeanen leeg land aantroffen, waarin slechts een paar Khoi en San rondliepen.

Volgens die lezing zou rond de tijd van Van Riebeecks aankomst „een invasie van zwarte stammen” vanuit centraal Afrika het zuiden hebben bereikt om het land te stelen van de Khoi, de San en de Europeanen. Dit onderscheid tussen zwarte en bruine bewoners in het zuiden is volgens Mellet vals en een poging om de oorspronkelijke bewoners van het land „te de-Afrikaniseren”.

Voor Mellet is deze kwestie persoonlijk. Hij groeide onder meer op in District 6 in Kaapstad, een gemengde wijk die in de jaren zeventig door het apartheidsregime met de grond gelijk werd gemaakt om de witte en anders gekleurde bewoners van elkaar te kunnen scheiden.

De huizen van zeventigduizend bewoners werden vernietigd. Nog eens honderdduizend anderen werden uit andere wijken geplukt. Ze werden gedumpt in de Kaapse vlakten, waar nu de bendeoorlogen woeden.

Mellets moeder kon niet voor hem zorgen en plaatste hem bij pleegouders. „Ik ben thuisloos. Ontworteld. Zoals de meesten in de Kaap ontworteld zijn. We zijn allemaal dakloos en we zijn allemaal getraumatiseerd door die geschiedenis.”

In de dagen van de apartheid (1948-1994) werd Mellet aangemerkt als „Aanderen-kleurling”. Een term die volgens hem door het regime werd gebezigd als een verdeel-en-heers tactiek. „Volgens dit beleid werd de bruine Afrikaner als superieur voorgesteld aan degenen die als ‘zwart’ waren gecategoriseerd. Al die termen zijn koloniale constructies. Toen ik mijn eigen wortels liet onderzoeken bleek ik voorouders te hebben in Angola, Madagascar, Ethiopië, India, Myanmar, Sulawesi en Timor. Maar ik bleek ook Khoi-bloed te hebben én Europees bloed.”

In die stamboom vond hij de overblijfselen van de slavernij waarop de Kaapse economie tot 1870 dreef. In de archieven vond Mellet bewijzen dat ruim 78.000 slaven vanuit Azië en Afrika naar de Kaap waren aangevoerd. Ruim de helft stierf op zee. „Tweehonderd jaar lang waren er meer slaven in de Kaap dan Europeanen. Zonder slavernij was de economie ingestort – wat in 1870 ook bleek toen de slavernij werd afgeschaft en de economie instortte.”

Mellet wijst ook op het lot van de San, die door ziektes en moordpartijen werden gedecimeerd. In het huidige Namibië konden jagers zelfs tot 1936 een vergunning krijgen om op San te jagen. „Dat is de genocide waarover het Nederlandse parlement zou moeten praten”, zegt Mellet. Hij doelt op de samenzweringstheorie van ‘een witte genocide’ waarvoor de boerenlobbygroep Afriforum in Zuid-Afrika al jaren aandacht probeert te krijgen in Europa en de Verenigde Staten. In plaats daarvan kunnen voormalige koloniale machten volgens Mellet beter meebetalen aan de landhervormingen die de Zuid-Afrikaanse regering belooft om de geschiedenis recht te zetten.

„De VOC was misschien een multinationaal bedrijf. Maar ze vervoerden regeringssoldaten. Toen de VOC in 1795 failliet ging, kwam de Kaapkolonie onder het koloniaal beheer van de gouverneur-generaal in Batavia, tot het land in 1806 aan de Britten werd verkocht. Dus de Nederlandse regering moet op zijn minst erkennen dat ze aan dit land hebben verdiend en dat ze een rol hebben gespeeld in de conflicten om het land.”

Kritiek in Afrikaner pers

Mellet krijgt veel brieven van Zuid-Afrikanen die in zijn boek een nieuw narratief lezen over hun vaderland. Maar in de Afrikaner pers kreeg het boek flinke kritiek te verduren. De historicus Dan Sleigh bestudeerde zestig jaar lang de archieven en kaarten van de VOC en waarschuwt in een opiniestuk in de krant Die Burger dat het boek van Mellet „op eigen risico” moet worden gelezen. Kaapstad was volgens hem voor de komst van Van Riebeeck niet meer dan een „ankerplek” en geen volwaardige haven.


Lees ook: Kaapse landinvasie leidt tot raciale spanningen

Hij verwijt Mellet een politieke agenda te hebben en wijst op zijn lidmaatschap van het ANC, de partij die sinds 1994 Zuid-Afrika regeert. Mellet promoveerde aan Buckinghamshire Universiteit en noemt zichzelf „erfenisactivist” en „voormalig kader van de bevrijdingsbeweging”. Hij verwijt Die Burger op zijn beurt nog altijd het propagandablad te zijn van wit nationalisme in Zuid-Afrika.

„Ik heb dit boek geschreven omdat veel mensen erom hebben gevraagd. Er kan geen sprake zijn van herstelrecht zonder eerst de geschiedschrijving te herstellen. Ik wil dat toekomstige generaties hun gevoel van thuiszijn hervinden. Dat kan alleen als je je eigen geschiedenis kent.”



Lees verder op:
https://www.nrc.nl/nieuws/2020/12/30/nederland-moet-praten-over-zijn-rol-in-zuid-afrika-a4025615

Reacties

      Schrijf een reactie


      Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

      Register New Account
      Wachtwoord opnieuw instellen