In Suriname is een foto van 150 jaar opgedoken


In Suriname is een foto van 150 jaar geleden die kennelijk op de valreep is ontglipt aan de graaigrage klauwen van de Brabantse Nederlander Michiel van Kempen, opgedoken. Van Kempen had bij het schrijven van zijn verzamelde historische teksten, waarin een groep hoogleraren zich een proefschrift in vergiste, het gehele Surinaamse archiefbureau overhoop gehaald om op zoek te gaan naar oude teksten waarmee hij de Surinamers wilde laten zien dat het toch maar weer een Nederlander is die dit alles voor elkaar heeft weten te krijgen. Merkwaardigerwijs blijven de Surinamers hem daardoor ook adoreren, hoewel tegelijkertijd protesterend tegen het oprukkende neokolonialisme

Het is bekend wie op de foto staan, achter het echtpaar steekt een wonderbaarlijke familiegeschiedenis. Hij heet Johannes Ellis, haar naam is Maria Louisa de Hart. Hij wordt in 1812 geboren in de Ghanese plaats Elmina, als zoon van een Nederlandse gouverneur en een Ghanese vrouw. Zij wordt in 1826 geboren op de plantage Sardam aan de Cotticarivier. Haar vader is een joodse Amsterdammer: Mozes Meyer de Hart. De planter krijgt twaalf kinderen bij de vrijgekochte slavin Carolina Petronella van de Hart. Maria is een van die kinderen.

Het betreft is een portret van een echtpaar, gemaakt in 1846. Er is veel bijzonder aan de plaat. Hij is in vrijwel ongeschonden staat waarop de echtelieden niets hebben van de stijve pose die anderen in die tijd doorgaans aannamen .Hij heeft de ene hand losjes op het bovenbeen, de andere arm rust op de rugleuning van haar stoel. Zij draagt een voorname jurk, keurig geplooid, een sieraad om de nek, de handen lichtjes gevouwen over de buik. Ze is op dat moment zwanger. De ongeborene zal het nog ver brengen.

Mattie Boom conservator fotografie van het Rijksmuseum is vooral ook zo enthousiast over de bruikleen omdat het niet om een anonieme opname gaat. “We hebben foto’s uit Suriname, fotoalbums, maar van de geportretteerden weten we vaak niets”, zegt ze. De twee lieten zich vastleggen toen de fotografie nog maar in de kinderschoenen stond. Reizende fotografen, met houten camera, kondigden hun komst aan in de krant. Daarom is bekend wie in 1846 in Paramaribo waren. De fotografen Riker uit New York en Thomson uit Philadelphia deden dat jaar de stad aan. Daar sloegen ze, vaak letterlijk, hun tenten op. Het maken van een daguerreotype was een kwestie van groot vakmanschap.

De beeltenis werd eerst vastgelegd op een verzilverde plaat en daarna zichtbaar gemaakt met behulp van kwikdampen. Het was een moeizaam ontwikkelingsproces, maar het leverde destijds de scherpste afbeeldingen op. Doordat er geen negatief werd gebruikt, is iedere foto uniek. Ook van de foto van het echtpaar is er maar één exemplaar. De afbeelding is loepzuiver en het brengt het echtpaar honderdvijftig jaar na dato bijna weer tot leven. En dat is de extra dimensie die de aanwinst zo bijzonder maakt.

Reacties

      Schrijf een reactie


      Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

      Register New Account
      Wachtwoord opnieuw instellen