Het heen gaan van een legendarische instrumentalist


De aller eerste en laatste keer dat ik de op zaterdag 6 februari 2010 op 76-jarige leeftijd overleden muzikant Suky Akkal telefonisch had gesproken in het kader van een essay over Surinaams-Hindostaanse popmuziek dat ik aan het schrijven ben, was 13 augustus 2003. Hoewel Akkal mij adviseerde spoed te zetten achter het essay omdat mensen in Suriname amper de zeventig halen, heb ik er toch met de pet naar gesmeten omdat andere bezigheden bij mij een grotere prioriteit hadden. Ik ben weliswaar een muziek, kunst .–en literatuur recensent maar begin toch niet te galopperen om naam te maken met het eerste en beste toebereidsel in boekvorm. Ik was een jaar of 14 toen ik in deze man die op de STVS in Suriname met zijn vrouw verscheen om zowel partijen als solo’s te spelen, mijn idool zag. Zelfs op latere leeftijd nadat ik stukken van diverse Indiase virtuozen en Westerse klassiekers als Frederic Chopin en Frank Litz had beluisterd , vond ik Akkal in zijn grondvorm toch een uniciteit.

Akkal vertrok ergens in de jaren vijftig op grond van een lotingsysteem met een beurs naar India om er musicologie , hetgeen wat anders is dan het praktische conservatorium , te studeren. Als diepte- interviewer van deze man had ik nagelaten hem te vragen wat zijn instroomniveau was toen hij voet in India zette. Suriname had op zich geen muziekschool laat staan een opleidingstraject op middelbaar niveau. Voor toelating tot een universitaire faculteit dient men toch een middelbare opleiding hebben genoten met muziek in het vakkenpakket. Aangezien Akkal naar eigen zeggen er elf jaar over gedaan heeft terwijl de faculteit op zich vijf jaar duurt rijst de vraag of hij niet eerst gewoon naar een dorpsschool voor aspirant musici ging vooraleer hij kon worden toegelaten tot de universitaire studie musicologie. De Indiase musicologische werken uit de middeleeuwen zitten vol met wiskunde. Het lijkt alsof de Indiase muziek formalistischer is, wiskundiger zo je wilt, dan andere muzikale tradities. Melodieën en maatsoorten zijn in alle denkbare mogelijkheden in lijsten gezet. Maar dat zijn allemaal theoretische beschouwingen, waarin je weinig vindt over de praktijk. Net als in Europa voordat de moderne wetenschap opkwam, waren musicologen algemene geleerden. Theoretici die in verschillende disciplines thuis waren. Soms waren het ook nog musici, soms niet.

Suky Akkal schreef niet in de eerste plaats Hindostaanse muziekstukken maar bekwaamde zich in de muziek van alle culturele groepen van Suriname: Javaans, Joods, Creools en zelfs Caraibisch. Tijdens zijn studie in India had hij zich voornamelijk toegelegd op de imposante, meerkorige, concentrerende stijl en kwam hij pas later in aanraking met de eenstemmig begeleide , monodische. Vandaar ook dat hij een goeddeels door hem zelf bewerkt en opgevoerd Philicorda overal met zich mee sjorde en daarop gloednieuwe mogelijkheden van eenstemmige melodie of recitatief met akkoordbegeleiding ( de monodie) demonstreerde. De vormen van zijn keyboardsound wortelend in traditionele facetten van de Indiase muziekkunst, de melodische variatie over gelijkblijvende bas, gooiden hoge ogen binnen de Surinaamse gemeenschap alwaar men toentertijd als instrumentalist niet zo hoog geschoold en behendig was. Aan zijn kennis, opgedaan tijdens diens jarenlange praktijk als individualistische solist, paarde hij fantasie en vindingrijkheid. Nieuwe kleuren en effecten wist hij toe te voegen en toonde hij zich een virtuoos in het aanwenden van ongebruikelijke timbres . Akkal verrijkte de populaire solo met een overvloed aan nieuwe effecten. Hij voelde beter dan wie dan ook dat zijn talent in een volstrekte overeenstemming was met zijn technische kunnen. Vanuit een grondige beheersing van het “handwerk “werkte hij zorgvuldig en met kennis van zaken zijn thematisch materiaal uit.

Akkal was in ieder geval binnen het Caraibische gebied de grootste meester der muziek. Als beheerser en kenner van alle mogelijkheden van het muzikale handwerk, zocht hij zijns gelijke. Het is Akkal steeds gemakkelijker afgegaan omdat niets hem moeite kostte, inhoudende dat men nooit iets merkte van enige geestelijke inspanning die nodig is een muziekstuk voort te brengen. Hij kende de grenzen die hem gesteld waren en trachtte niet die te forceren. Hij verspilde niet nutteloze jaren aan de vergeefse poging om lauweren op het gebied van de Hindostaanse muziek te oogsten en had ook niet de eerzucht grote werken te componeren terwijl hij voor de kleine geboren was. Hij wist dat hij één ding kende als geen ander: het Philicorda. Dit instrument was voor hem groot en omvattend genoeg om alles te zeggen wat Akkal zelf te verkondigen had. Nimmer và³à³r hem heeft het zo hartstochtelijke, zo melodieuze , zo harmonische, zo spirituele er toch zo zinnelijk geklonken. In zijn geproduceerde klankmassa klonk de melodie, het instrumentale als een onderbewuste basso continuo mee. Daarom spreekt het vanzelf dat de metamorfose van zijn melodieën door de verklanking van de instrumentale een dimensionaliteit haast niet in noten te beschrijven is. Zijn muziek was er één die verklaarde, duidde, opwond, kalmeerde en suste.

Rabin Gangadin

Reacties

      Schrijf een reactie


      Let op. Het e-mailadres is niet verplicht maar hou er rekening mee dat deze wel gepubliceerd.

      Register New Account
      Wachtwoord opnieuw instellen